Stemmen uit Londen teruggevonden in Omroepmuseum

Geschreven door Erik De Groef.

Operation Todt grammofoonplaat

In de opslagplaats van het Omroepmuseum in Leuven, stootten we onlangs op een aantal grammofoonplaten uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog.

Het bleek niet te gaan om toendertijd in de handel verkrijgbare muziekopnames, maar om registraties van de BNRO, de Belgische Nationale Radio-Omroep. Die was tijdens de oorlog door de Belgische regering in Londen opgericht om het moreel van de Belgen op te krikken en hun geloof in de uiteindelijke overwinning en de bevrijding levendig te houden.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had het Belgische omroepbestel grondig door elkaar geschud. Het NIR, Nationaal Instituut voor Radio-Omroep, werd na de inval op 10 mei actief ingeschakeld in de Belgische oorlogsinspanningen, maar moest al snel, net als de regering, met personeel en materiaal op de vlucht richting Frankrijk. Via Rijsel en Parijs eindigde die exodus uiteindelijk in Poitiers, waar op 13 juni voor de laatste keer werd uitgezonden.

De bezetter wist natuurlijk ook hoe belangrijk het medium in zijn handen als propagandamiddel kon zijn en zette al heel snel Zender Brussel op: de uitzendingen begonnen al op 29 mei, een paar weken na de inval, vanuit het Flageygebouw.

België was volledig bezet, de regering verbleef in het buitenland en bij de geallieerden gaf alleen Groot-Brittannië de strijd niet op, integendeel. De Engelsen zochten actief naar steun op het continent om de strijd voort te zetten. De Belgische regering raakte verdeeld: de enen wilden onderhandelen met de Duitsers, anderen wilden samen met de Engelsen strijden. Een aantal ministers en parlementsleden staken over naar Londen en zochten toenadering tot de Engelse regering. Die had daar wel oren naar en zag er een kans in om de Belgen, net als de Nederlanders of de Fransen in bezet gebied, warm te maken voor hun oorlogsinspanningen. De radio bleek daartoe een uitgelezen middel: de Engelsen hadden in 1937 de voorloper van hun later legendarisch geworden BBC World Service opgericht, de BBC Foreign Service, en beschikten daarmee over het ideale platform om ook in de ether de strijd met de Duitse propaganda aan te gaan.

 De BBC liet er geen gras over groeien en op 28 september 1940 startten de eerste uitzendingen van Radio België – Radio jan MoedwilBelgique, onder   leiding van Victor De Laveleye, een liberaal parlementair en vriend van de ministers Gutt en Spaak, die deel uitmaakten van de regering in Londen. Voor de Nederlandstalige  uitzendingen deed De Laveleye een beroep op Antwerpenaar Nand Geersens, die onder het veelzeggende pseudoniem “Jan Moedwil” de Vlamingen in het thuisland een hart onder de riem wou steken. (Foto BBC Yearbook 1945)

Eaton SquareDe redactie was gevestigd in een herenhuis op Eaton Square, Londen (foto hiernaast).

De Belgen in Londen hadden nu dus hun spreekbuis, maar de regering had eigenlijk helemaal geen zeggenschap over Radio België, dat tenslotte een onderdeel van de BBC was. Daarom werd in 1942 de BNRO opgericht, de Belgische Nationale Radio-Omroep. Die viel wel onder het gezag van de regering en was zowel de vervanging van het opgeheven NIR als qua structuur en missie de voorbode van het na-oorlogse omroepbeleid.

 

Het Omroepmuseum heeft onlangs een aantal opnames van de BNRO, op grammofoonplaat zoals dat toen gebruikelijk was, uit die oorlogsjaren teruggevonden.

Om te beginnen zijn er twee stukjes van een zekere Mr. Smith, blijkbaar een Brit met charmant accent en al, die de Belgen ervan wilde verzekeren dat Albion achter hen stond en dat, na de landing in Normandië, de bevrijding nakend was.

In een ander stukje heeft hij het over een moedig "viswijveken" uit Marseille en vergelijkt hij haar moed met die van de Engelsen onder de Blitzkrieg (zie cartoon "Nazi Terror - (c) Daily Mail).

Nazi-Air-Terror-426x311 

Het derde stukje is er een van de Antwerpenaar “Beere”. Hij spreekt tot de vrijwilligers tegen wil en dank van de “Organisation Todt”.

Dat was een Duitse organisatie die overal in bezet gebied militaire bouwwerken uitvoerde, tot en met de hele Atlantikwall. De arbeiders waren “vrijwilligers” uit verschillende Europese landen die op die manier aan oproeping of concentratiekamp konden ontsnappen.