Philipscamera LDK3

Geschreven door Jan Cuypers.

LDK museumDit is de eerste kleurencamera van de VRT. Hij was in aanloop naar de start van de kleurenuitzendingen aangekocht voor de oefenstudio 7. Die was uitgerust met maar twee camera’s, en moest ook nog gedeeld worden met RTB. Daardoor waren enkel eenvoudige programma’s mogelijk,waaronder het bekende Première, met Jo Röpke.

Deze Philipscamera vertrok van een nieuw concept, en veroorzaakte een revolutie in … de Verenigde Staten. Meer hierover lees je hier.

RCA TK11

Geschreven door Hugo Van de Steen.

TK11Voor de verslaggeving vanuit de wereldtentoonstelling in 1958 werden op de Heizel twee kleine televisiestudio’s gebouwd. Ze waren elk uitgerust met twee camera’s TK11 van de Amerikaanse firma RCA. Het betreft zwart-wit camera’s met 3” beeldorthicon en een lenstrommel met 4 objectieven. De lenstrommel werd manueel gedraaid met een handvat aan de achterkant van de camera, zie de foto hieronder. Hierdoor kon de cameraman snel van lens wisselen. Voor het scherp stellen kon hij de opnamebuis zelf verplaatsen via een eenvoudige mechanische koppeling. (Bij de PYE MK III van Studio 6 gebeurde dit telkens elektrisch, dat was trager.) Mede hierdoor was de TK11 een vrij stabiele camera die weinig problemen gaf en tegen een stootje kon.

TK11achterkantDe camera’s van het toenmalige NIR (later BRT, nu VRT) werkten op 625 lijnen, deze van INR op 819 lijnen. Laatstgenoemde zijn waarschijnlijk de twee enige RCA TK11 camera’s die ooit op 819 lijnen hebben gewerkt.

 

Deze 4 camera’s werden vanaf januari 1960 hergebruikt in studio Sonart I, een oude filmstudio die omgebouwd werd tot eerste grote TV-studio met vaste belichting-, klank- en video-apparatuur. Sonart I stond ter beschikking van de Nederlandstalige uitzendingen.

Julian Bream consort - Freddy Devreese-redDe installatie van Sonart I was technisch gezien vrij hybride. Het was gedeeltelijk recuperatiemateriaal: de camera’s, hun controle-eenheden en de video verdeelversterkers waren van RCA en uitgerust met radiobuizen. De impulsgeneratoren en de videomenger waren van het Duitse merk Fernseh GmbH. De videomenger werkte met radiobuizen, de impulsgeneratoren waren de eerste die uitsluitend gebruik maakten van transistoren.

Vanaf midden 1961 werden een paar camera’s, met de nodige aanpassingen, uitgerust met een zoomlens. Volgens de noodzaak werden beide systemen - zoomlens of lenstrommel - door elkaar gebruikt. sonartlaboclosered

Foto boven : Bij een opname van het Julian Bream Consort. Drie camera's, waaronder een op (Houston Fearless?) kraan.

Foto rechts : de labotechnici regelen de camera's af. Rechts Joël Demaré, links Fernand Deweert, midden Hugo Van de Steen. De kraan staat gevaarlijk hoog om aan te werken maar dat was op vraag van de fotograaf.

Studio Sonart I werd door de BRT verlaten eind van de jaren ‘60 bij het in gebruik nemen van de studio’s van het Omroepcentrum aan de Reyerslaan. De installatie werd overgedragen aan het RITS, een hogeschool voor de opleiding van medewerkers voor opname en regie van klank en beeld. Daardoor werden de camera’s nog enkele jaren nuttig gebruikt buiten de omroep.

 

Fernsehcamera KOA

Geschreven door Jan Cuypers.

De ouderen weten het nog : op 15 december 1960 greep het koninklijk huwelijk van Boudewijn en Fabiola plaats. We zien een volgepakte troonzaal in het paleis van Brussel bij de burgerlijke plechtigheid.

KOA Boudewijnred

Geen lachende gezichten, eerder strenge, ja sombere blikken alom. De fine fleur van de Europese adel is zich blijkbaar bewust van de ernst van de gebeurtenis (klik desgewenst op de foto voor meer detail). Ze zijn niet de enige getuigen van het ja-woord : dank zij Eurovisie konden miljoenen kijkers in Europa de plechtigheid live volgen. De rechtstreekse uitzending van een koninklijk huwelijk was een gebeurtenis die niemand mocht missen. Veel huisvaders kochten toen een eerste tv-toestel als laattijdig sinterklaasgeschenk of vroeg kerstcadeau voor vrouw en kroost – en een beetje voor zichzelf natuurlijk.

close up huwelijkDe camera die voor de beelden zorgt is in deze foto prominent aanwezig, op een eerbiedige afstand tussen prins Albert en groothertog Jan van Luxemburg. Een paar jaar tevoren had het NIR-INR reportagewagens gekocht die uitgerust waren met deze camera’s, een fabrikaat van de Duitse leverancier Fernseh GmbH. (Over dit bedrijf leest u meer in een apart artikel.) Ze zien er wat saai-grijs uit, maar ze vertonen her en der wel eigenzinnige oplossingen.

Op de foto hiernaast zien we een van de camera’s van dichterbij. Vooraan een lenstrommel met plaats voor vier lenzen en een diascoop voor de afregeling. Zoomlenzen waren toen nog zeer duur en van minder goede kwaliteit. De cameraman kadreert op de elektronische beeldzoeker en stelt scherp met de rechterhand. De aansluiting voor de camerakabel bevindt zich aan de onderzijde, niet zo’n goed idee als men de camera op een tafel of zo wil plaatsen. 

Maar wat we zien is niet de volledige cameraketen. Die vinden we opKOA volledige keten een foto in een fabrieksbrochure. Een deel van de beeldverwerking gebeurt in het toestel linksonder: de camera control unit, CCU in het jargon.

In de koffer daarboven zit de monitoringapparatuur: bovenaan een tv-scherm, daaronder het ronde oscilloscoopscherm. De camerakop is met 41x330x55 cm als afmetingen en een gewicht van 50 kg nog compacter dan de PYE Mk III (waarover meer hier).

De volledige camera heet KOA (K : kamera, O : beeldorthicon (het type opneembuis), A : typevolgnummer, de vorige modellen hadden een ander type opneembuis). De camerakop zelf heet KKO 100.

Een van de “koninklijke” camera’s heeft het overleefd en bevindt zich in onze collectie. Hij ziet er wat minder nieuw uit en hij heeft ook nog maar onlangs drie lenzen teruggekregen. Het signalisatielampje bovenaan is wellicht voor altijd verloren ….

camcollred

Vooraan zien we de lenstrommel. Met het hendeltje links achteraan kiest de cameraman de gepaste beeldhoek, dus de lens. Met de gekartelde knop daaronder stelt hij (er stonden toen nog geen "zij's" achter de camera) scherp. In dat opzicht lijkt het toestel op de meeste andere zwartwitcamera’s. Iets anders maakt hem héél speciaal.

De lichtregeling met een vloeistof.

In elke camera moet men de hoeveelheid licht die op het gevoelige element valt kunnen regelen. Normaal zorgt het diafragma daarvoor. Bij een camera met meerdere lenzen moeten die objectieven allemaal evenveel licht doorlaten, ze moeten hetzelfde diafragmagetal (of eigenlijk T-stop) hebben. De diafragma’s zijn dan tekening lichtregelinggekoppeld. De “corrector”, de persoon aan de CCU, kan die met een motorbediening van op afstand wijzigen. Hier niet : de hoeveelheid licht wordt gewijzigd door …. de dikte van een grijze vloeistoflaag te veranderen!

Tussen de lenstrommel en het beeldorthicon bevindt zich een lichtfilter, zie de tekening rechts. Het geheel bestaat uit twee planparallelle platen 1 waartussen zich een grijze vloeistof 3 bevindt. Door middel van een motor (niet op de tekening) en het mechanisme 4, 5 kan de linker glasplaat bewegen. De afstand tussen de platen - en dus de lichtdoorlaatbaarheid van de vloeistof ertussen - verandert. Volgens de fabrikant tot een factor 1000:1 !

lichtregeling uit 50 jahre FernsehLinks een demonstratieopstelling : linksonder de lichtregelaar, rechts de langwerpige motor en de overbrenging. Het tandwiel linksboven drijft de uitlezing van de verzwakking aan. Op de CCU kan men dus de filter bedienen en ook zijn stand aflezen.

Over de kwaliteit van deze oplossing kunnen we niet veel vertellen. Volgens bronnen die het kunnen weten bestond de vloeistof uit olie met zeer fijne roetdeeltjes. Als dat klopt, moest er toch wat verstrooiing optreden? Feit is dat Fernseh voor zijn ultieme zwartwitcamera overgeschakeld is naar een centraal gestuurde diafragmaregeling zoals iedereen. Bij meer licht sluit dan het diafragma en wordt de scherptediepte en de algemene beeldkwaliteit beter. Hier wordt het licht gewoon verzwakt en treedt er geen verbetering op.

Nog een vaststelling : als de cameraman scherp stelt, dan verschuift hij de opnamebuis naar voor of achter (zie onder meer het artikel over de PYE MK III). Maar bij deze camera hier beweegt tegelijk de lenstrommel in tegenovergestelde richting! Is de plaats van de lichtfilter misschien kritisch, of is er een andere reden? Een vraagteken. We zien op de foto's hierboven en hieronder dat er een brede rand rond de lenstrommel zit. Dat is om te beletten dat er strooilicht zou binnen dringen als de lenstrommel naar voor beweegt.

zijaanzicht camera

________________________

 

Panoramische koppen

Geschreven door Jan Cuypers.

In de stille film The Cameraman schopt de arme straatfotograaf Buster Keaton het tot filmcameraman. In een sleutelscène zien we hoe hij een gevecht tussen twee Chinese bendes in beeld tracht te brengen. Geniet van het Youtubegragment en lees verder binnen vijf minuten.

Het camerastatief van Keaton doet niet veel meer dan de camera min of meer horizontaal en op ooghoogte houden, hoewel dit laatste zienderogen moeilijker wordt. Veel “pannen” – de camera van links naar rechts bewegen om een verticale as, de term is afgeleid van panorama - of “tilten” – op en neer bewegen om een horizontale as – is er niet bij. Daarvoor dient de panoramische kop, de "pan-and-tilt head".

13a kopieAls bij zo’n kop alles op mekaar afgestemd en afgeregeld is, dan ligt het zwaartepunt Z van de camera in rust loodrecht boven de horizontale as A. Wanneer we de camera naar beneden of naar boven neigen, dan verplaatst het zwaartepunt zich buiten die loodrechte. We moeten het geheel in bedwang houden met de stang (panbar, stick) waarmee we de camera richten. Zolang de camera niet veel weegt is dat geen probleem. Bij professionele film- of videocamera’s is dat een ander paar mouwen. Het is onmogelijk om tegelijk de camera in bedwang te houden en vloeiende bewegingen te maken. De kleurencamera RCA TK41 van begin jaren 1960 woog meer dan 100 kg, dan wordt het een onmenselijke opdracht om die camera gewoon stabiel te houden. Dat vraagt natuurlijk om oplossingen.

Bekijken we het eerst even “wetenschappelijk” : is de afstand van het zwaartepunt tot de horizontale krachten1as gelijk aan h, het gewicht van de camera G, de lengte van de panbar tot de as gelijk aan p en de hoek die de camera maakt met de horizon α, dan is de kracht die de cameraoperator moet uitoefenen gelijk aan : K=(h.G.sinα)/p. Die kracht zouden we graag tot nul herleiden.

De producenten van camerakoppen hebben hiervoor oplossingen bedacht in drie richtingen.

-     Het zwaartepunt met de horizontale as doen samenvallen. In dat geval is h en dus ook de vereiste kracht gelijk aan nul. Wat uiteraard van invloed blijft is het traagheidsmoment van de camera. Er is (in alle oplossingen trouwens) een kracht nodig om de camera te versnellen en te vertragen.

-     Het zwaartepunt in hetzelfde horizontale vlak houden. In de vorige oplossing is de maximale neigingshoek beperkt, en wordt het geheel redelijk omvangrijk. Dat wordt in deze oplossing, die ook vooral wordt toegepast bij grotere camera’s, verholpen.

-     De tegenkracht doen leveren door een veer in plaats van door de cameraman (m/v) Die veer is dan in de panoramische kop ingebouwd. Ze moet dan wel voor alle kantelhoeken en voor een veelheid aan camera’s de juiste tegenspanning kunnen leveren.

 

Laten we de drie oplossingen even bespreken, te beginnen met de eerste. Oplossing twee is beschreven in het volgende artikel (klik hier). Oplossing drie beschrijven we in een derde artikel (klik hier).

Het zwaartepunt valt samen met de horizontale as.

We vinden zulke opstellingen dikwijls terug bij richtbare bewakingscamera’s. Op die manier volstaat een relatief zwakke motor om de camera te draaien en in de goede stand te houden. Ook bij veel bewakingscamera
afstandbestuurde (robot-)studiocamera’s en op Techno-kranen e.d. vindt men zulke koppen. Ook invintencygnettype89 onze collectie hebben we een panoramisch kop van de firma Oskar Heiler (intussen ter ziele gegaan) voor lichte camera’s. Die kop werkt volgens hetzelfde principe : de as staat op het uiteinde van een “paal” en loopt door het zwaartepunt van de camera. Die rust op een L-vormige houder (de types Swan en Cygnet van Vinten bijvb. zijn gelijkaardig).

De neigingshoek is zeer groot, zelfs tot 360 graden als de camera aan de buitenkant van de “paal” gemonteerd wordt. Maar koppen vallen nogal groot uit. Dat was misschien de reden waarom ze nooit populair geworden zijn. In afwachting van een foto van onze Heiler-kop eentje uit de Vinten Cygnetbrochure.

We hebben het tot nog toe over kleine en relatief lichte camera’s gehad. Voor zware studiocamera’s
deed men een beroep op technologie uit de filmwereld.
Het gewicht van “geblimpte”, geluidloos gemaakte camera’s voor 35 mm-films met gevulde wayne300 m-filmmagazijnen was vroeger niet te onderschatten. Om dat op te vangen werd en wordt veel gebruik gemaakt van statieven van het kwadrant- of wiegtype. We unnamedzien hier de betreurde Carrie Fisher bij de opnames van de Star Wars en John Wayne bij een western (foto's RR). De camera loopt op rolletjes langs een cirkelsegment met als middelpunt zijn zwaartepunt. Hij wordt niet gestuurd door een panbar maar met een tandheugel en een handwiel, zichtbaar op de foto. Precisie en herhaalbarheid zijn belangrijk.



olympiacamera



Het eerste voorbeeld van een panoramische kop bij TV vinden we, niet verwonderlijk, bij vermoedelijk de eerste volledig elektronische camera ter wereld, die ingezet werd op de Olympische Spelen 1936. (Foto Telefunken.) De zeer lange lens gaf hem de bijnaam 'Olympiakanone'. De cameraman was Walter Bruch, de latere uitvinder van het PAL-systeem voor kleurentelevisie.

Maar hij werd vooral in de jaren 1950 – 1960 in de VS gebruikt. Hieronder vindt u een advertentie uit 1954. Er waren dus al rockers voor Elvis! Met een hendel aan de voorkant kon men de camera verschuiven om het zwaartepunt op de goede plek te houden, ook bij een lenzenwissel. Klik op de afbeelding om de tekst te lezen.

1954 rocker reclamered

Het Omroepmuseum beschikt ook over een exemplaar, wellicht geleverd met de RCA-camera’s in 1958. De tekeningen uit een octrooi van de maker Houston Fearless geven een goed idee hoe hij er uit ziet. De kop heeft geen handwiel maar wel een stick. Op zicht is het segment met de rolletjes zo’n 90° lang, vandaar de benaming kwadrantkop, en de camera kan schommelen zoals een wieg …… Voor de zware en brede kleurencamera’s van die periode was er een extra breed model (foto RCA 1961).   kwadrantkop 

RCA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Europa hadden we ondertussen kleinere en lichtere zwartwitcamera’s, waardoor deze “camerawiegen” niet populair werden. Ze zijn relatief groot en de maximale verticale neigingshoek is beperkt (wellicht 35 – 40 °). Daarbij komt dat de kromtestraal van de cirkelboog uiteraard vast ligt en daarmee ook het zwaartepunt van de camera. We zullen zien dat bij de twee andere systemen die we hierboven vermeld hebben de ligging van het zwaartepunt en het gewicht van de camera minder een rol spelen.

Voor de volledigheid vermelden we nog een alternatief : men zou diametraal tegenover de camera ten opzichte van de horizontale as een even groot tegengewicht kunnen aanbrengen. Dan ligt het zwaartepunt ook op de as! Dat is minder fictief dan het lijkt : de Steadicam en zijn navolgers werken al meer dan dertig jaar volgens dat principe. Maar dat is het onderwerp van een ander artikel. Hetzelfde geldt voor een beschrijving van de andere oplossingen.

Voor het tweede artikel : klik hier. 

Voor het derde artikel : klik hier.

__________________________________