tijdsein

Geschreven door Marleen Bergen.

Het tijdsein: pure nostalgie.

Bij mijn grootouders op het dressoir stond een donkerrode bakelieten radio uit de jaren '50. Elke middag net voor het nieuwsbulletin van 12u werd die aangezet en werd er gewacht op...  het tijdsein: 6 muzikale tikjes, waarvan het zesde precies het uur aangaf.* Daarop gaf mijn opa de grote wijzer van de klok in de woonkamer een duwtje naar rechts, zodat hij weer precies wist hoe laat het was. Beluister het hier :    

Het tijdsein was decennialang een vast onderdeel van de radio-uitzendingen. Vanaf 1933 – de pioniersjaren van het NIR in de Bolwerkstraat in Brussel – werd het tijdsein voor 12u, 13u, 17u en 20u uitgezonden. Dat proces verliep toen al helemaal automatisch. Er waren niet minder dan vijf klokken mee gemoeid.

Het tijdsein werd in die tijd  aangestuurd door 'een speciale pendule' bij de Sterrenwacht in Ukkel.  Die klok was door een vaste telefoonlijn verbonden met de radiocentrale in de Bolwerkstraat en activeerde daar een relais dat op zijn beurt het muzikaal tijdsein in werking zette. Maar er was meer:  die pendule wordt juist gezet volgend de resultaten der astronomische waarnemingen en de aanduidingen van vier fundamentele pendules met constante drukking en constante temperatuur van de Sterrewacht.*

Men ging er prat op dat de tijdsweergave tot op ¼ seconde na correct was!

De eerste jaren zond het NIR alleen in de vooravond en 's avonds uit. In 1933 begon de uitzending om 12u. Maar na het middagprogramma was er weer een onderbreking tot 17u. Wie zijn radio tijdens die pauzes aanzette, hoorde helemaal niks, hoogstens wat ruis. Om de luisteraars tijdig te laten afstemmen, had men er iets op gevonden: wanneer het uur samenvalt met de aanvang van de uitzendingen, wordt het tijdsein voorafgegaan door een scherp gefluit van 15 seconden, dat een halve minuut voor het uur van de uitzending inzet.* Daar gingen je oren vast wel van tuiten.

Het tijdsein verdween in de loop van 2001 uit de 'flow' van de radionetten, omdat het radiosignaal via DAB en satelliet een klein beetje vertraging heeft en de informatie voor de luisteraar toch niet meer correct was.

In Nederland was er even een actiegroep 'de vrienden van het tijdsein' die heftig protesteerde tegen de afschaffing. Maar in Vlaanderen verdween het tijdsein letterlijk en figuurlijk geruisloos uit de ether.

Het synchroniseren van de studioklokken gebeurt al vele decennia met een internationale standaard, de zogenaamde IRIG-tijdscode die door een moederklok wordt gegenereerd. De IRIG-standaard werd bedacht door het Amerikaanse leger (Inter-Range Instrumentation Group) en algemeen aanvaard in 1960.  Voor het juist zetten van de moederklok gebruikte men vroeger bij ons een zender in Frankfurt, nu gaat dat via GPS.

digitaleklok.jpg 

 

In de meeste studio's hangen nog altijd wijzerklokken. Soms zijn het nog echte wijzers, soms zijn het wijzers die digitaal gemaakt worden via LCD-scherm of LED. In de toekomst zullen ze waarschijnlijk ook verdwijnen en vervangen worden door een volledig digitale aanduiding waarbij de seconden ook afgebeeld worden d.m.v. twee cijfers.

* Jaarverslag NIR 1934.

Met dank ook aan vrt-collega Paul Piens voor de recente informatie.

_________________________________________________

Begrafenis Albert en Astrid

Geschreven door Marleen Bergen.

Marche-les-dames.jpgDe plek des onheils

Als Koning Albert in februari 1934 verongelukt tijdens een rotsbeklimming in Marche-les-Dames, wordt er nationale  radiogeschiedenis geschreven. Want tussen Alberts dood en de eedaflegging van zijn zoon Leopold vijf dagen later speelt de radio voor het eerst al zijn grote troeven samen uit: snelle berichtgeving,  rechtstreekse verslaggeving en dienstverlening. De impact van de nog jonge openbare radio was nooit eerder zo groot.

Het bericht van de tragische dood van Koning Albert was, bij het krieken van de dag op 18 februari 1934, voor al de Belgen een verpletterende tijding.* Zo begint het  liefst zeven bladzijden tellende extra hoofdstuk uit het Jaarverslag 1934 van het NIR-INR.  Met het plotse overlijden van de vorst start voor de omroep een helse week van vele extra uitzendingen en  permanente improvisatie. 

Radiofonische hoogtepunten zijn ongetwijfeld de gesproken reportages van de overbrenging van het stoffelijk overschot van Laken naar Brussel, de begrafenisplechtigheid zelf en de eedaflegging en de troonrede van de nieuwe koning Leopold III. Leuk om lezen in het jaarverslag is dat zowel het technisch personeel als de programmamakers uitdrukkelijk geprezen worden voor hun inzet en vakmanschap. Ze hebben zich dan ook uit de naad gewerkt!

Het NIR-INR is in 1934 nog een relatief kleine omroeporganistie. Ze heeft geen ervaring met dramatische gebeurtenissen van nationale omvang. Het is die zondagochtend 18 februari dan ook meteen alle hens aan dek. Het personeel wordt opgevorderd en alle beschikbare materieel wordt in gereedheid gebracht. De muziekuitzending van 9 uur wordt onderbroken. Onduidelijkheid over de feiten of onzekerheid over de juiste aanpak? De directie beslist om te wachten met uitzenden tot er een intensieve inlichtingsdienst in nauwe samenwerking met de regering* opgezet is. En dat gaat snel, om 10 uur starten de extra edities van 'Het Gesproken Dagblad' zowel op de Nederlandstalige als de Franstalige golflengte. Feitelijke informatie wisselt af met korte schetsen over het leven en de verdiensten van de vorst. De muziekdienst programmeert aangepaste (live)muziek. Het Symfonisch Orkest en het Radio-Orkest zijn daarvoor tijdelijk samengebracht in het Conservatorium van Brussel.

De radio wordt vanaf die 18de februari door de overheid ook intensief gebruikt om de bevolking te informeren over speciale maatregelen en om de oud-strijders en de nationale verenigingen aangepaste instructies te geven. Om de talloze telefoons, telegrammen en boodschappen te kunnen verwerken, moet het NIR-INR zelfs een voltijds personeelslid vrijmaken.

Het grote omroepwerk begint op maandagavond 19 februari.  Dan wordt  het stoffelijk overschot van de koning onder grote belangstelling van het paleis in Laken via het graf van de Onbekende Soldaat in de Koningsstraat naar het paleis in Brussel overgebracht. Met 18 microfoons brengen de reporters rechtstreeks verslag uit, zowel in het Frans als het Nederlands. De luisteraars thuis volgen het hele traject via hun radio en horen zelfs de eresalvo's van de artillerie in het Jubelpark.

paardenenaffuit.jpgHet lichaam van de vorst op de affuit getrokken door zwarte paarden

De begrafenis van Albert op 22 februari is de meest veeleisende opdracht. Er worden 32 verbindingslijnen aangelegd door de Regie der Telefonie. Met 22 microfoons capteert men zowel het commentaar van de reporters als het  achtergrondgeluid (paardengetrappel!) op diverse locaties langs het parcours, de dienst in Sint-Goedele, de salvo's in het Jubelpark, de bijzetting in de crypte van Laken en het gelegenheidsconcert in het Brussels Conservatorium.

De_Muynck_kerk_Laken.JPGGust De Muynck brengt verslag uit aan de kerk van Laken

Tijdens de begrafenisplechtigheid zelf staan vijf reporters op cruciale locaties opgesteld. De ene verslaggever neemt over van de andere en zo kunnen de luisteraars het traject van de lijkkist van de koning op de voet volgen. Het is de allereerste kettingreportage. In tweevoud nog wel, want ook op de Franstalige golflengte zendt men een gelijkaardig programma uit. Geen wonder dat het NIR-INR voor dit hoogstandje ook in het buitenland bijzonder veel waardering krijgt. Beluister hieronder een montage van het vertrek van de rouwstoet.
 
De eedaflegging van Leopold III in de Kamer op 23 februari wordt gerealiseerd  met 15 microfoons. Het blijkt niet makkelijk om ze zo goed als onzichtbaar te installeren. De grammofoonplaat met de opname van Leopolds  troonrede wordt nadien met instemming van het koningshuis door het NIR verkocht ten voordele van het Nationaal Verbond van Invaliden. Maar... het is geen eigen NIR-opname. Je hoort enige spijt doorklinken in het jaarverslag: Voegen wij eraan toe dat de troonrede van Z.M. Leopold III geregisseerd werd door de tussenkomst van het NIR, dat bij gebrek aan materieel deze opdracht (=de opname) toevertrouwde aan de private nijverheid.* 

De veelbewogen week wordt  afgesloten met een speciale uitzending als hulde aan de nagedachtenis van Koning Albert I en de nieuwe vorst Leopold III. Verschillende ministers en de gouverneur-generaal van Congo werken eraan mee. In het jaarverslag staan geen technische bijzonderheden. Het is vermoedelijk een studio-uitzending die ook door de Belgen in de kolonie beluisterd wordt.

De speciale programma's naar aanleiding van het overlijden van Albert I worden niet alleen naar de Belgisch-Congo doorgestuurd. Tal van Europese private en openbare zenders nemen de programma's over.  Ook NBC en CBS zenden de begrafenisplechtigheid in de VS live uit. Albert geniet door zijn rol in de Grote Oorlog internationaal immers nog altijd veel aanzien. Alles samen bereiken die radio-omroepen  100 miljoen luisteraars, zo vermeldt het NIR fier.

Anderhalf jaar later, op donderdag 29 augustus 1935 komt Koningin Astrid om in een auto-ongeval in het Zwitserse Küssnacht. Vanaf 's middags tot de dag van de begrafenis op woensdag 4 september worden de gewone uitzendingen onderbroken en vervangen door een aangepaste programmering.

stoet_astrid.jpgGeen affuit, wel veel volk bij Astrid

technicired.JPGTechnici vertrekkensklaar in de Bolwerkstraat

Ook de rechtstreekse verslaggeving van Astrids begrafenis laat bij vele luisteraars een diepe indruk na. Beluister hieronder een selectie uit het begin van de reportage (om 7 uur 's ochtends!).

Toch wordt er in het Jaarverslag 1935 slechts een hoofdstukje van amper anderhalve pagina aan de plechtigheden  gewijd. De technische bijzonderheden worden uiterst bondig opgelijst: 42 ingenieurs en technici klaren de opdracht met 35 micro's, 1500 m kabel, 30 telefoonlijnen en 23 versterkers. Wat in 1934 het summum van vernuft en improvisatie was, is in 1935 blijkbaar een koud kunstje geworden. 

 

Bron  : jaarverslag NIR-INR 1934

Met dank aan het VRT-geluidsarchief voor de geluidsfragmenten

NB De foto van Gust De Muynck aan de kerk van Laken heeft betrekking op de begrafenis van Astrid

Kijk ook op de VRT-tijdslijn : https://www.vrt.be/nl/aanbod/historiek/tijdlijn/tot-1945/

__________________________________________________

Wie turnt er mee .... met het NIR?

Geschreven door Marleen Bergen.

Voorblad brochurered.jpg

De gymnastieklessen zijn vanaf 1935 een vast onderdeel van de uitzendingen van het NIR, het Nationaal Instituut voor Radio-Omroep. Turnles, conditiegymnastiek, conditietips... de naam wijzigt in de loop der jaren, net zoals de lesgevers. Maar het programmaformat houdt quasi onveranderd vijf decennia lang stand. Het sneuvelt in 1986 wanneer onder impuls van  radiodirecteur Piet Van Roe een nieuwe horizontale programmering bij de openbare radionetten ingevoerd wordt. Irene Hermans en Lieven Bollaert zijn de laatste lesgevers van de dagelijkse radioturnles op BRT1.

In het NIR-jaarverslag van 1935 wordt voor het eerst melding gemaakt van 58 gymnastieklessen.

dagNIR3nov1935red2.jpg

De eerste les werd uitgezonden op de Dag van het NIR, 3 november 1935, hiernaast ziet u het programmaschema. Blijkbaar zijn de lessen een succes, want in het Algemeen Overzicht van de Vlaamsche Gesproken Uitzendingen van schrikkeljaar 1936 is er sprake van 366 afleveringen.  'Gymnastieklessen worden dagelijks voor de micro gegeven. Dezelfde les wordt gereregeld een eerste maal te 6.40u en een tweede maal te 7.40u uitgezonden.' In 1937 spreekt het jaarverslag over  'de turnles' en wordt ook de duur vermeld : 20 minuten!

foto Lea Daan brochure.jpg

De medewerkers van die eerste gymnastieklessen zijn bekende namen in het culturele Vlaanderen van toen. Lea Daan (1906-1995) wordt  aangezocht als lesgeefster en is ook de stem van het programma van bij de start in 1935 tot aan de oorlog in 1940. 

Componist Robrecht Van Der Spurt (1902-1980) begeleidt haar steevast aan de piano. Lea Daan is  een echte pionier van de moderne dans in Vlaanderen, een befaamde danseres, choreografe en  pedagoge met ook een eigen dansschool in Antwerpen. Na WOII doceert ze aan Studio Herman Teirlinck en aan de Koninklijke Conservatoria van Antwerpen en Gent.

In 1938 geeft de openbare omroep een zeer verzorgde brochure uit: 'Wie turnt er mee... met het NIR'. Lea Daan bundelt daarin 'enkel de moeilijkste oefeningen uit den cursus'. 46 mooie gestileerde tekeningen van de gerenommeerde graficus Antoon Herckenrath (1907-1977) illustreren de tekst. Een pagina uit de brochure :

pagina 14.jpg

In de inleiding lezen dat we dat de oefeningen voor iedereen geschikt zijn. Ze kunnen in een beperkte ruimte uitgevoerd worden, het liefst met het raam open of in de zomer in openlucht. Bedoeling is 'om de nadeelige gevolgen van het moderne leven tegen te gaan'. Luisteraars krijgen het advies om de oefeningen niet mechanisch maar bewust uit te voeren. Tot slot volgen ademhalingstips. De brochure kost 5 frank en is nummer 28  in de ' Nederlandsche Reeks' programmabrochures.

Lea Daan met pianist in de lesredred.jpg

Zouden Lea Daan en Robrecht Vanderspurt echt zeven dagen op zeven om 6.40u en 7.40u live in de studio turnles gegeven hebben zoals deze aktiefoto in de Bolwerkstraat suggereert? Omdat ze allebei een druk beroepsleven hadden, durven we daaraan twijfelen. Vermoedelijk werden er ook lessen opgenomen op lakplaten. Handig, want zo kon men ze ook heruitzenden. Maar een onomstotelijk bewijs van die hypothese is er (nog?) niet.

 

BrochureINR.jpg

 

In de INR-brochure nr 29 getiteld 'Radio-Gymnastique' van lesgever Omer Woestyn en tekenaar Lucien De Roeck  staat een heel andere foto. Ze toont 'le professeur Omer Woestyn' in deftig maatpak voor de micro in een INR-radiostudio. Hij zit aan een studiotafel en leest de tekst van de turnles voor.  Leuk als contrast is de foto op de volgende bladzijde met een luisteraar in turnpak thuis bij  de radio.

prof Woestyn INR-brochure.jpg

turner inr-brochure.jpg

 

De gymnastiekbrochures van het NIR en INR zijn niet identiek, maar ze zijn  beide zeer verzorgd uitgegeven met heldere teksten en duidelijke tekeningen.

De publicatie van brochures bij radioprogramma's is overigens een succesvolle nieuwe service, opgestart in 1936.  Vooral literaire en muzikale onderwerpen komen aan bod,  maar er worden ook brochures gemaakt over bijvoorbeeld de kust of Leuven... en dus zelfs over turnen. Ze illustreren wat men dan onder 'volksverheffing' verstaat. Onder andere via de boekhandel  en met flyers – 'circulaires' in de taal van toen  –  wordt op radiotentoonstellingen en openbare concerten volop promotie gemaakt.  De brochures prijken ook prominent in de grote uitstalramen van het gloednieuwe Flageygebouw. In brieven aan luisteraars steekt men ook telkens zo'n reclamefoldertje.

 

WOII maakt bruusk een einde aan al die initiatieven en ook aan de gymnastieklessen op de radio. Maar vanaf 24 april 1945 is er weer elke ochtend een turnles van 10 minuten te horen en dat blijft zo jarenlang. Bekende lesgevers uit die naoorlogse periode zijn o.a. Michel Bottu en Irene Van Rijsselberghe. In 1979 worden op BRT1 dagelijks zelfs twee turnlessen uitgezonden. Naast de basisversie om 6u33 programmeert men om 10u 'conditietips voor de bejaarden'. In 1985 wordt voor het laatst melding gemaakt van  dagelijkse conditiegymnastiek. De turnles – zo werd ze doorgaans door de luisteraars genoemd - is dan al geslonken tot 5 minuten.

Van de turnlessen uit de NIR-tijd zijn geen opnames bewaard. Maar het VRT-archief bezorgde ons een interview met Lea Daan van 25 februari 1946. Daarin vertelt ze over een optreden met haar dansgroep een dag later.

 

 

Bronnen:

-Wie turnt er mee... met het N.I.R, Radiolessen van Lea Daan en Teekeningen van Anth. Herckenrath, programmabrochures Nederlandsche Reeks Nr.28, uitgaven van het N.I.R., prijs 5 frank. (Niet gedateerd, wel vermeld in het jaarverslag van 1938.)

-Radio-Gymnastique I.N.R., Texte de Omer Woestyn, Dessins de Lucien De Roeck, Brochure-Programme de l'I.N.R., Série française N° 29, Bruxelles 1939, prix 8 francs.

-Jaarverslagen NIR-INR en later BRT van 1935 tot en met 1986.

-Klankfragment Lea Daan (25/02/1946), Radio-archief VRT, met dank aan Christine Fettweis.

Guido Nys schonk beide gymnastiekbrochures aan het Omroepmuseum, waarvoor onze hartelijke dank!

 

______________________________

Historische opname ‘Californische Ballade’ met Ernst Busch in het VRT-Archief

Geschreven door Christine Fettweis.

Hasenverlag.de Ernst Ottwaltred.jpg

De "Kalifornische Ballade" is in oorsprong een Duits hoorspel uit 1932-1934, geschreven door Ernst Ottwald (zie de foto, bron Library of Congress)), met muziek van Hanns  Eisler. Toen al verboden in Nazi-Duitsland, ging het op 7 december 1934 bij het NIR in Brussel in première.
Volgens het programmaschema van Leeuwarder Courant van 6 december 1934: Californische Ballade, muziek van H. Eisler, met medewerking van het salonorkest onder leiding van Paul Douliez en solisten. (Foto's : Leeuwarder Courant; Douliez met het Radio-orkest, rond 1935)

leeuwardercourant6dec34.jpg  Paul Douliez 1935ongsel.jpg


Reeds vier maanden later, op 12 april 1935, werd het luisterspel hernomen. Een bewerking door Gust De Muynck, hij zorgde ook voor een Nederlandse tekst, met het NIR orkest onder leiding van Hanns Eisler en als solist Ernst Busch (Bron: jaarverslag NIR 1935). Foto's : links Eisler (bron Library of Congress), rechts Busch (bron Deutsche Fotothek).

hanns_eisler_ libraryofcongressred.jpg  ernst Busch Fotothek_df_pk_0000249_051.jpg

Voor deze gelegenheid werd de muziek op plaat geregistreerd. Nog geen twee weken eerder, op 27 maart 1935, was de openbare omroep begonnen met opnames op plaat. Een nieuwe techniek, aangezien het NIR pas in 1934 met testen was begonnen. De ballade is één van de allereerste (luisterspel)opnames op lakplaat en tot nog toe de oudste plaatopname die wij in ons archief zijn tegengekomen.


De Californische Ballade is dus in meerdere opzichten uniek.
De Muynck zélf heeft de vertaling en regie op zich genomen, zijn persoonlijke vriend, de toondichter Eisler leidde het orkest en diens vriend Busch, die een mondje Nederlands praatte, zorgde voor een beklijvende interpretatie.

In oktober 2014 kwam er bij de VRT-audiotheek een brief toe van de Hanns und Steffi Eisler Stiftung in Berlijn, met de vraag of wij de opname hadden van de Brusselse wereldcreatie van de Californische Ballade uit 1939 (?). Die hadden we niet, maar na enige research vonden we wel zes lakplaten uit 1935!! Na de eerste vreugde kwam al snel de ontnuchtering, één plaat, de eerste, was in zéér slechte conditie, stukken gegraveerde lak ontbraken. Zonder voorafgaande, deskundige reparatie was de plaat niet meer afspeelbaar. Gelukkig schakelde Jürgen Schebera van de Eisler-stichting Christian Zwarg in, topklanktechnicus en een autoriteit op vlak van digitalisatie en restauratie van oude grammofoonplaten. Hij repareerde de plaat meesterlijk, slaagde erin het volledige werk te digitaliseren en schonk het archief prachtig gerestaureerde audio, die twee jaar later, in 2016, door de stichting op cd heruitgebracht werd (klik hier voor gegevens over de CD). 

volledige_plaat.jpg plaatlabel.jpg 

Op de linkse foto zien we een van de lakplaten. De grote lacune onderaan links ligt gelukkig in het niet-opgenomen deel van de plaat. Rechts van het midden een restauratie met was.

Op de rechterfoto een etiket : de vakjes 1 tot 3 van de randnummering zijn gearceerd. Blijkbaar is de plaat driemaal gespeeld. De opname is gebeurd door "Schol". De technicus met deze wat eigenaardige naam is Julien Schol, die later een van de eerste chefs-technici werd van TV. Achttien jaar na deze plaatopname, op 31 oktober 1953, stond hij in voor de allereerste TV-uitzending .

Bleef de vraag waarom men in Berlijn ervan uitging dat de première pas in 1939 plaats vond. In de Radiobode van 27 januari 1939 stond de Californische Ballade geprogrammeerd: Hoorspel door Ernst Ottwald, uit het Duitsch vertaald door G. De Muynck, muziek Hans Eisler. Regie: Gust De Muynck. M.m.v. het Omroeporkest o.l.v. Paul Douliez (?). Solist Ernst Busch.
De data van drie uitzendingen (2 opvoeringen en 1 herhaling) zijn hiermee gereconstrueerd. Daarna is er nog weet van een bijkomende herhaling bij NIR in 1947.
Intrigerend blijft dat deze zes platen de Duitse bezetting en Sender Brüssel overleefd hebben.

Als afsluiter een fragment van een lied :

 


Christine Fettweis
Hoofd Archivering en Research
VRT
___________________________________________